Resultaten

Uit de eerste meting van 2011 zijn al een aantal leuke en interessante resultaten gekomen die we graag met jullie willen delen. Hieronder is te lezen wat de twee MRI taakjes lieten zien en waarvoor we toch al dat speeksel nodig hadden!

Daaronder staan ook wat interessante resultaten van de tweede meting (2013).

 

Resultaten van de eerste meting

Leren van feedback

Een van de spellen die de deelnemers in de MRI scanner deden was het ‘hokjesspel’, waarbij deelnemers moesten uitvogelen in welke van 3 hokjes een plaatje thuis hoorde. In het begin heb je nog geen idee, en gebruik je de feedback die je krijgt om uiteindelijk tot de juiste oplossing te komen. Wij hebben gekeken wat er in je hersenen gebeurt bij het krijgen van positieve en negatieve feedback, en of kinderen bijvoorbeeld beter leren van positieve feedback dan negatieve feedback.

We vonden dat volwassenen iets sneller leerden dan kinderen, en dat het niet zo was dat kinderen beter leerden van positieve dan van negatieve feedback. Er waren wel interessante verschillen in de hersenen. De parietale cortex en de frontale cortex (allebei ‘slimme’ hersengebieden) reageerden in kinderen bijna niet op negatieve feedback, maar dat werd langzaam steeds sterker als je ouder werd. Het grappige was dat dat niet zo was voor positieve feedback, zelfs jonge kinderen (8/9 jaar) reageerden daar al hetzelfde op als volwassenen. Vanaf de leeftijd 14/15 jaar was er helemaal geen verschil meer te zien tussen kinderen en volwassenen!  In het plaatje zie je precies de hersengebieden die als je ouder wordt meer gaan reageren op negatieve feedback.

 

 

Muntjes winnen of verliezen

 

Een andere taak die de deelnemers hebben gedaan was een taak waarbij ze muntjes konden winnen en verliezen. Ze konden niet alleen muntjes winnen en verliezen voor zichzelf, maar ook voor hun beste vriend of vriendin en voor een andere deelnemer van het Braintime project.

Voordat de deelnemers begonnen met het muntenspel mochten ze eerst 10 munten verdelen tussen zichzelf en iemand anders. De munten mochten op alle manieren verdeeld worden en als de ander het met de verdeling eens was dan werden de munten zo verdeeld. Alleen, als de andere deelnemer het niet eens was met de verdeling, dan kreeg geen van beiden munten. 

Nadat de deelnemer zelf een bod had gedaan, mocht er ook gereageerd worden op een bod van iemand anders. In het muntenspel was degene die hen het bod had gedaan degene voor wie ze ook muntjes konden winnen en verliezen. 

We wilden namelijk in het onderzoek kijken of het de deelnemers uitmaakte of ze voor zichzelf speelden of voor iemand die ze aardig vonden of die ze niet kenden. We verwachtten dat het fijner is om geld te winnen voor jezelf of voor iemand die je aardig vindt dan voor iemand die je niet kent. 

Dit was ook precies wat we hebben gevonden. Als er geld werd gewonnen zagen we activiteit in een gebied in de hersenen dat reageert op beloningen. Als je bijvoorbeeld chocola eet of iets leuks doet wordt dit gebied ook actief. Alleen wat we ook zagen is dat dit gebied alleen actief werd als je geld voor jezelf of voor je vriend won en juist niet als je voor iemand geld won die je niet kent.  

 

 

 

 

Activatie in het beloningsgebied, rechts en links. Het beloningsgebied is actief als je voor jezelf wint of voor je vriend en juist niet actief als je voor iemand wint die je niet aardig vindt. 

 

 

Speeksel: een interessant goedje!

Een onderdeel van het Braintime onderzoek is de verzameling van speeksel. Voor de meeste deelnemers was dit een lastige opgave…. En terecht! Ga er maar eens aanstaan: ben je net wakker, moet je met je droge mond (je mag niet eten en drinken van te voren) een heel buisje vullen met speeksel!

Hier zullen we wat meer vertellen over waarom speeksel zo interessant is en wat er precies met de buisjes gebeurt.

Bloed bevat allerlei stofjes die worden aangemaakt in je lichaam, maar speeksel bevat een groot deel van die stofjes ook! Een groot voordeel van speeksel verzamelen is daarom dat we geen bloed hoeven te prikken, maar dat spugen in een buisje al veel kennis oplevert over de stofjes in het lichaam.

De stofjes waarin wij geïnteresseerd zijn, zijn hormonen. Hormonen worden aangemaakt in zogenaamde ‘klieren’ in het lichaam. Hormonen zijn boodschappers die berichten versturen van het ene orgaan naar het andere. Zo regelen ze allerlei belangrijke functies in het lichaam zoals de groei van je lichaam, je lichaamstemperatuur, je eetlust, en de voortplanting. 

In het speeksel meten wij de hormonen testosteron en oestradiol. Deze hormonen worden al heel vroeg in de ontwikkeling aangemaakt als de baby nog in de baarmoeder zit. Daarna ligt de productie bijna stil, maar komt het weer op gang als je in de puberteit komt. Wetenschappers hebben ontdekt dat testosteron en oestradiol hersenontwikkeling beïnvloeden in de puberteit… dat wil zeggen: in ratten! (Ja, een rat komt ook in de puberteit, alleen dat duurt slechts 2 weken). Nu willen wij onderzoeken hoe dat in mensen werkt.

Omdat hormoon waardes erg heen en weer kunnen gaan op de dag (’s morgens zijn ze hoger dan ’s avonds), willen we dat iedereen meteen ’s morgens na het wakker worden het speeksel verzamelt. Daarnaast vragen we meiden met een menstruatie om ook op dezelfde dag van de cyclus te verzamelen.

Na verzameling gaan de buisjes in een grote vriezer die op -80°C staat. Als we van alle deelnemers de buisjes hebben ontvangen, worden ze naar een laboratorium in Amsterdam gebracht. De mensen op het lab gebruiken nieuwe technieken om de hormonen uit het speeksel te meten. Ze kunnen precies zien hoeveel testosteron en hoeveel oestradiol iedereen in zijn of haar lichaam heeft.

De eerste resultaten zijn al veelbelovend: we hebben gevonden dat hogere testosteron niveaus samenhangen met meer risico-gedrag in de puberteit. Dat was niet alleen in jongens het geval, maar ook in meisjes! Daarnaast neemt dit hormoon nog toe na het 18e levensjaar…

Kortom, we willen alle deelnemers ontzettend bedanken voor het verzamelen van speeksel: jullie inzet (en die van menig ouder voor het leveren van mentale steun tijdens dit karweitje) is van onschatbare waarde!


 

Resultaten van de tweede meting

Het muntenspel

Bij de tweede meting hebben we vooral gekeken naar wat er in de hersenen gebeurt als je geld wint voor jezelf. We zagen dat er vooral activatie in het beloningscentrum van de hersenen was als je geld wint. Ook wilden we graag weten of er verschillen te zien waren tussen kinderen, jongeren en volwassenen. Was het zo dat jongeren bijvoorbeeld meer beloningsactivatie lieten zien dan kinderen? We zagen dat dit inderdaad zo is, zo rond 17 jaar is de beloningsactivatie het sterkst.

Wat betekent dit?

We wilden ook graag weten of er een verband was tussen persoonlijkheid en beloningsactivatie in de hersenen. We vroegen deelnemers om een vragenlijst in te vullen over beloningen, we vroegen bijvoorbeeld hoe fijn ze het vonden om een beloning te krijgen en we vroegen hoe hard ze wilden werken voor een beloning. Met name hoe hard deelnemers aangaven te willen werken voor een beloning hing samen met de beloningsactivatie in de hersenen. 

Plaatje nacc2

Hormonen

In dit filmpje legt onderzoeker Jiska Peper uit hoe het nemen van risico's samenhangt met belangrijke verbindingen in brein. Ook vertelt ze hoe hormonen - waarvoor jullie het speeksel moesten verzamelen - hier een rol in spelen.

bg-logo.jpg